NMC: werkgeverscheck
NMC (Raeren) telde in boekjaar 2024 gemiddeld 536 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?
Personeel
535,7 VTE
579 personen op 31-12-2024+3% tegenover 2023
Sector
mediaan 14,8 VTEhoogste kwart
Verloop
8%
69 in dienst, 46 uit dienst
Sector
mediaan 17%laagste kwart
Loonkost per VTE
€ 76.000
boekjaar 2024 · kost voor de werkgever, geen loon
Opleiding
57,9 uur per VTE
31.003 uur in totaal · € 1.875.100
Sector
49% rapporteert opleidingmediaan 14,1 uhoogste kwart
Loonkost per VTE door de jaren
euro per voltijds equivalent€ 63.477
2019
€ 63.139
2020
€ 64.618
2021
€ 68.151
2022
€ 72.115
2023
€ 76.047
2024
Van 2019 tot 2024 steeg de loonkost per VTE met 20%.
Personeel door de jaren
gemiddeld VTE474,8
2019
467,2
2020
482,2
2021
517,3
2022
520,6
2023
535,7
2024
Van 2019 tot 2024 groeide het personeel met 13%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.
In- en uitstroom
in dienstuit dienst
112 · 78
2021
56 · 40
2022
35 · 28
2023
69 · 46
2024
Waarom mensen vertrokken in 2024
- Pensioen6
- Werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen)1
- Afdanking door de werkgever16
- Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)23
Samenstelling op 31-12-2024
579 personenVoltijds en deeltijdssector: 13% deeltijds
voltijds 446 (77%)deeltijds 133 (23%)
Mannen en vrouwensector: 18% vrouwen
mannen 485 (84%)vrouwen 94 (16%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 552 (95%)bepaalde duur 27 (5%)
Beroepscategorie
bedienden 224 (39%)arbeiders 345 (60%)directie 10 (2%)
Opleiding in 2024
| Deelnemers | Uren | Kost | |
|---|---|---|---|
| Formeel | 75 | 8.300 | € 581.200 |
| Minder formeel | 201 | 20.075 | € 1.272.000 |
| Initieel | 5 | 2.628 | € 21.800 |
De opleidingskost is 4,6% van de personeelskost.
Uitzendkrachten in 2024
- Gemiddeld ingezet
- 58
- Gepresteerde uren
- 116.597
- Kost voor de onderneming
- € 4.102.500
Sector
64% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 7%middelste helft
Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.
Alle cijfers per boekjaar
zoals neergelegd| 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld personeel (VTE) | 482,2 | 517,3 | 520,6 | 535,7 |
| Voltijds / deeltijds (gemiddeld) | 402,5 / 112,3 | 437,4 / 110,2 | 430 / 125,3 | 437,6 / 135,1 |
| Personen op de afsluitdatum | 533 | 549 | 556 | 579 |
| Gepresteerde uren | 749.371 | 802.719 | 803.823 | 828.781 |
| Personeelskost | € 31.129.100 | € 35.227.200 | € 37.515.600 | € 40.718.300 |
| In dienst (personen) | 112 | 56 | 35 | 69 |
| Uit dienst (personen) | 78 | 40 | 28 | 46 |
| Uitstroom | 15% | 7% | 5% | 8% |
| Opleidingsuren | 27.091 | 29.001 | 21.875 | 31.003 |
| Uitzendkrachten (gemiddeld) | 69 | 54 | 49 | 58 |
Stabiliteit van de werkgever
- Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
- Financiële gezondheid Checked score 70/100 (gezond), jaarrekening 2024
- Neerlegging jaarrekening De jaarrekening over 2025 ontbreekt nog, de wettelijke termijn is voorbij.
- Bestaat sinds 01-12-1956 (69 jaar)
Zo leest u deze cijfers
- Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
- Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
- De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon. Onder 10 VTE benadert een gemiddelde het loon van een persoon; dat cijfer tonen we niet.
- De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
- Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.