Ga naar inhoud

VIABUILD: werkgeverscheck

VIABUILD (Puurs-Sint-Amands) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 378 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

VIABUILD
BE 0400.710.265Puurs-Sint-AmandsNACE 42.110, Bouw van autowegen en andere wegen
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
378,4 VTE
349 personen op 31-12-2025+28% tegenover 2024
Sector mediaan 7,3 VTEhoogste kwart
Verloop
12%
98 in dienst, 45 uit dienst
Sector mediaan 29%laagste kwart
Loonkost per VTE
€ 67.900
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 61% van de werkgevers in Weg- en waterbouw
Opleiding
22,4 uur per VTE
8.492 uur in totaal · € 277.600
Sector 46% rapporteert opleidingmediaan 12,4 umiddelste helft

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 20%. De mediaan van de sector is € 64.800.

Best betalende werkgevers in Weg- en waterbouw

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 groeide het personeel met 17%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen4
  • Afdanking door de werkgever9
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)32

Samenstelling op 31-12-2025

349 personen
Voltijds en deeltijdssector: 7% deeltijds
voltijds 322 (92%)deeltijds 27 (8%)
Mannen en vrouwensector: 7% vrouwen
mannen 320 (92%)vrouwen 29 (8%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 349 (100%)
Beroepscategorie
bedienden 104 (30%)arbeiders 245 (70%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 200 8.492 € 277.600

De opleidingskost is 1,1% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
1
Gepresteerde uren
2.101
Kost voor de onderneming
€ 121.200
Sector 41% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 2%laagste kwart

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)306,9297,4298,5295,5378,4
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)281,3 / 33,3273,2 / 31275 / 30,2273,3 / 28,9352,2 / 33,6
Personen op de afsluitdatum315289309296349
Gepresteerde uren424.769427.887409.084411.619481.046
Personeelskost€ 19.338.300€ 20.284.500€ 20.811.700€ 21.180.400€ 25.687.100
In dienst (personen)3932604398
Uit dienst (personen)4458405645
Uitstroom14%18%13%18%12%
Opleidingsuren4.1093.2712.5373.9318.492
Uitzendkrachten (gemiddeld)14,67,42,321

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

Vandaag geen erkende werkplek voor duaal leren.

2 eerdere erkenningen zijn afgelopen of stopgezet.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 58/100 (aanvaardbaar), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 02-11-1956 (69 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon. Onder 10 VTE benadert een gemiddelde het loon van een persoon; dat cijfer tonen we niet.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.