Ga naar inhoud

VALVAN: werkgeverscheck

VALVAN (Menen) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 114 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

VALVAN
BE 0460.789.392MenenNACE 28.990, Vervaardiging van andere machines voor specifieke doeleinden n.e.g.
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
113,8 VTE
125 personen op 31-12-2025+14% tegenover 2024
Sector mediaan 8,8 VTEhoogste kwart
Verloop
14%
43 in dienst, 17 uit dienst
Sector mediaan 20%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 109.000
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 86% van de werkgevers in Machines en werktuigen met 50 tot 249 VTE
Opleiding
25 uur per VTE
2.846 uur in totaal · € 56.900
Sector 42% rapporteert opleidingmediaan 16,5 umiddelste helft

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 76%. De mediaan van de sector is € 84.100.

Hoogste loonkost per VTE in Machines en werktuigen

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 groeide het personeel met 22%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)17

Samenstelling op 31-12-2025

125 personen
Voltijds en deeltijdssector: 13% deeltijds
voltijds 108 (86%)deeltijds 17 (14%)
Mannen en vrouwensector: 12% vrouwen
mannen 115 (92%)vrouwen 10 (8%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 125 (100%)
Beroepscategorie
bedienden 70 (56%)arbeiders 55 (44%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 69 1.286 € 49.500
Initieel 2 1.560 € 7.400

De opleidingskost is 0,5% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
1,9
Gepresteerde uren
3.849
Kost voor de onderneming
€ 113.000
Sector 41% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 3%middelste helft

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
2022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)100,1102,599,9113,8
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)90,3 / 15,289,8 / 19,488,4 / 16,5101,5 / 17,4
Personen op de afsluitdatum10910899125
Gepresteerde uren167.217174.776164.364257.897
Personeelskost€ 6.615.000€ 7.299.800€ 7.506.700€ 12.403.200
In dienst (personen)1512643
Uit dienst (personen)8131517
Uitstroom8%11%13%14%
Opleidingsuren7497932.9652.846
Uitzendkrachten (gemiddeld)2,11,70,71,9

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

De Vlaamse overheid erkent deze onderneming als werkplek voor duaal leren in 2 opleidingen. Erkend sinds schooljaar 2024.

  • Hoeknaadlasser duaal (so)
  • Lassen-constructie duaal (so)

1 eerdere erkenningen zijn afgelopen of stopgezet.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 81/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 04-06-1997 (29 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.