Ga naar inhoud

TK Elevator Belgium: werkgeverscheck

TK Elevator Belgium (Brussel) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 281 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

TK Elevator Belgium
BE 0447.794.857BrusselNACE 43.240, Overige bouwinstallatie
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
280,9 VTE
287 personen op 30-09-2025+1% tegenover 2024
Sector mediaan 3,2 VTEhoogste kwart
Verloop
24%
73 in dienst, 74 uit dienst
Sector mediaan 31%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 86.500
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 95% van de werkgevers in Gespecialiseerde bouw
Opleiding
16,1 uur per VTE
4.521 uur in totaal · € 150.800
Sector 34% rapporteert opleidingmediaan 17,8 umiddelste helft

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 25%. De mediaan van de sector is € 61.300.

Hoogste loonkost per VTE in Gespecialiseerde bouw

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 3%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen5
  • Afdanking door de werkgever17
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)52

Samenstelling op 30-09-2025

287 personen
Voltijds en deeltijdssector: 10% deeltijds
voltijds 258 (90%)deeltijds 29 (10%)
Mannen en vrouwensector: 10% vrouwen
mannen 254 (89%)vrouwen 33 (11%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 286 (100%)bepaalde duur 1 (0%)
Beroepscategorie
bedienden 125 (44%)arbeiders 157 (55%)directie 5 (2%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 131 4.521 € 150.800

De opleidingskost is 0,6% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
2,3
Gepresteerde uren
4.244
Kost voor de onderneming
€ 162.700
Sector 23% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 3%laagste kwart

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)277,5269,2272,7278,2280,9
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)254,7 / 31,8246,8 / 31,4251,5 / 30,6255,7 / 32,8258,1 / 33,3
Personen op de afsluitdatum281283287288287
Gepresteerde uren427.304406.374404.354401.706436.129
Personeelskost€ 19.804.600€ 19.634.100€ 21.583.700€ 23.337.700€ 24.308.000
In dienst (personen)3646707273
Uit dienst (personen)4944667174
Uitstroom17%16%23%24%24%
Opleidingsuren4.1224.3022.8396.2274.521
Uitzendkrachten (gemiddeld)53,54,33,93,32,3

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

De Vlaamse overheid erkent deze onderneming als werkplek voor duaal leren in 3 opleidingen. Erkend sinds schooljaar 2022.

  • Elektromecanicien (vwo)
  • Elektromecanicien duaal (so)
  • Elektromechanische technieken duaal (so)

9 eerdere erkenningen zijn afgelopen of stopgezet.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand De onderneming bestaat niet meer of wordt afgewikkeld.
  • Bestaat sinds 07-07-1992 (34 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.