Ga naar inhoud

SMALS: werkgeverscheck

SMALS (Sint-Gillis (bij-Brussel)) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 2.223 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

SMALS
BE 0406.798.006Sint-Gillis (bij-Brussel)NACE 63.100, Computerinfrastructuur, gegevensverwerking, hosting en aanverwante activiteiten
Sociale balans 2025 · verkort schemaAndere onderneming
Personeel
2.222,6 VTE
2.350 personen op 31-12-2025+4% tegenover 2024
Sector mediaan 5,1 VTEhoogste kwart
Verloop
4%
201 in dienst, 101 uit dienst
Sector mediaan 21%laagste kwart
Loonkost per VTE
€ 117.300
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 85% van de werkgevers in Computerinfrastructuur en informatiediensten
Opleiding
13,9 uur per VTE
30.939 uur in totaal · € 4.239.800
Sector 39% rapporteert opleidingmediaan 9,6 umiddelste helft

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 26%. De mediaan van de sector is € 77.300.

Hoogste loonkost per VTE in Computerinfrastructuur en informatiediensten

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 groeide het personeel met 15%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen37
  • Afdanking door de werkgever18
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)46

Samenstelling op 31-12-2025

2.350 personen
Voltijds en deeltijdssector: 14% deeltijds
voltijds 2.026 (86%)deeltijds 324 (14%)
Mannen en vrouwensector: 35% vrouwen
mannen 1.728 (74%)vrouwen 622 (26%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 2.340 (100%)bepaalde duur 10 (0%)
Beroepscategorie
bedienden 2.319 (99%)directie 31 (1%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 1.155 22.036 € 3.255.000
Minder formeel 177 8.903 € 984.900

De opleidingskost is 1,6% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
8,5
Gepresteerde uren
16.700
Kost voor de onderneming
€ 674.800
Sector 23% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 4%

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)1.983,41.991,62.0482.138,52.222,6
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)1.749,5 / 306,11.755,7 / 308,61.811,1 / 310,71.895,3 / 318,21.976,6 / 324,2
Personen op de afsluitdatum2.0662.0892.1662.2512.350
Gepresteerde uren3.140.5353.148.8553.234.3343.400.7623.531.216
Personeelskost€ 186.998.200€ 198.541.500€ 220.035.200€ 245.519.200€ 260.735.000
In dienst (personen)146195202207201
Uit dienst (personen)124172125122101
Uitstroom6%8%6%5%4%
Opleidingsuren19.66829.11933.20727.63930.939
Uitzendkrachten (gemiddeld)811,478,18,5

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Geen Checked score: te weinig of te oude cijfers.
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 10-02-1940 (86 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.