PHYSIOL: werkgeverscheck
PHYSIOL (Liège) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 159 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?
Personeel
159,5 VTE
172 personen op 31-12-2025-8% tegenover 2024
Sector
mediaan 11,4 VTEhoogste kwart
Verloop
12%
20 in dienst, 19 uit dienst
Sector
mediaan 15%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 82.700
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Opleiding
245,1 uur per VTE
39.098 uur in totaal · € 1.733.800
Sector
56% rapporteert opleidingmediaan 20,9 uhoogste kwart
Loonkost per VTE door de jaren
euro per voltijds equivalent€ 63.856
2020
€ 67.925
2021
€ 79.322
2022
€ 82.803
2023
€ 78.031
2024
€ 82.688
2025
Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 29%.
Personeel door de jaren
gemiddeld VTE172,5
2020
175,8
2021
191,2
2022
185,5
2023
173,5
2024
159,5
2025
Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 8%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.
In- en uitstroom
in dienstuit dienst
32 · 21
2021
37 · 28
2022
21 · 29
2023
10 · 30
2024
20 · 19
2025
Waarom mensen vertrokken in 2025
- Afdanking door de werkgever2
- Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)17
Samenstelling op 31-12-2025
172 personenVoltijds en deeltijdssector: 17% deeltijds
voltijds 146 (85%)deeltijds 26 (15%)
Mannen en vrouwensector: 52% vrouwen
mannen 89 (52%)vrouwen 83 (48%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 166 (97%)bepaalde duur 6 (3%)
Beroepscategorie
bedienden 68 (40%)arbeiders 104 (60%)
Opleiding in 2025
| Deelnemers | Uren | Kost | |
|---|---|---|---|
| Formeel | 21 | 233 | € 22.900 |
| Minder formeel | 135 | 38.702 | € 1.702.300 |
| Initieel | 3 | 163 | € 8.600 |
De opleidingskost is 13,2% van de personeelskost.
Uitzendkrachten in 2025
- Gemiddeld ingezet
- 41,7
- Gepresteerde uren
- 82.387
- Kost voor de onderneming
- € 3.216.100
Sector
49% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 4%
Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.
Alle cijfers per boekjaar
zoals neergelegd| 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld personeel (VTE) | 175,8 | 191,2 | 185,5 | 173,5 | 159,5 |
| Voltijds / deeltijds (gemiddeld) | 151,8 / 31,5 | 166 / 33,6 | 162,2 / 31,1 | 155,1 / 24,4 | 139,4 / 20,1 |
| Personen op de afsluitdatum | 190 | 199 | 191 | 171 | 172 |
| Gepresteerde uren | 245.780 | 283.101 | 268.644 | 240.255 | 227.446 |
| Personeelskost | € 11.941.200 | € 15.166.400 | € 15.359.900 | € 13.538.400 | € 13.155.700 |
| In dienst (personen) | 32 | 37 | 21 | 10 | 20 |
| Uit dienst (personen) | 21 | 28 | 29 | 30 | 19 |
| Uitstroom | 12% | 14% | 15% | 17% | 12% |
| Opleidingsuren | 10.648 | 4.194 | 2.621 | 2.812 | 39.098 |
| Uitzendkrachten (gemiddeld) | 13,2 | 25,3 | 16,2 | 9,7 | 41,7 |
Stabiliteit van de werkgever
- Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
- Financiële gezondheid Checked score 69/100 (gezond), jaarrekening 2025
- Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
- Bestaat sinds 13-01-1986 (40 jaar)
Zo leest u deze cijfers
- Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
- Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
- De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon. Onder 10 VTE benadert een gemiddelde het loon van een persoon; dat cijfer tonen we niet.
- De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
- Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.