Ga naar inhoud

Obumex: werkgeverscheck

Obumex (Staden) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 78 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

Obumex
BE 0405.584.417StadenNACE 31.004, Vervaardiging van eetkamer-, zitkamer-, slaapkamer- en badkamermeubelen
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
78,1 VTE
89 personen op 30-12-2025-2% tegenover 2024
Sector mediaan 5,7 VTEhoogste kwart
Verloop
17%
24 in dienst, 15 uit dienst
Sector mediaan 19%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 68.500
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 83% van de werkgevers in Meubelen
Opleiding
0,6 uur per VTE
46 uur in totaal · € 13.600
Sector 41% rapporteert opleidingmediaan 13,3 ulaagste kwart

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2019 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 29%. De mediaan van de sector is € 56.400. Jaren met een onwaarschijnlijk cijfer staan er niet in.

Hoogste loonkost per VTE in Meubelen

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2019 tot 2025 daalde het personeel met 8%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Afdanking door de werkgever2
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)13

Samenstelling op 30-12-2025

89 personen
Voltijds en deeltijdssector: 17% deeltijds
voltijds 64 (72%)deeltijds 25 (28%)
Mannen en vrouwensector: 20% vrouwen
mannen 75 (84%)vrouwen 14 (16%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 87 (98%)bepaalde duur 2 (2%)
Beroepscategorie
bedienden 38 (43%)arbeiders 50 (56%)andere 1 (1%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 27 46 € 13.600

De opleidingskost is 0,3% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
2
Gepresteerde uren
6.970
Kost voor de onderneming
€ 404.600
Sector 34% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 3%middelste helft

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
2021202220242025
Gemiddeld personeel (VTE)87,194,779,678,1
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)80,9 / 8,684,7 / 14,168,1 / 16,762,1 / 24,2
Personen op de afsluitdatum94958089
Gepresteerde uren136.393150.686254.076131.281
Personeelskost€ 4.411.000€ 5.186.400€ 9.897.000€ 5.347.500
In dienst (personen)27205524
Uit dienst (personen)16207015
Uitstroom18%20%74%17%
Opleidingsuren4053956946
Uitzendkrachten (gemiddeld)3,33,41,72

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

De Vlaamse overheid erkent deze onderneming als werkplek voor duaal leren in 3 opleidingen. Erkend sinds schooljaar 2024.

  • Binnenschrijnwerk en interieur duaal (so)
  • Interieurbouwer duaal (so)
  • Operator CNC-gestuurde houtbewerkingsmachines duaal (so)

2 eerdere erkenningen zijn afgelopen of stopgezet.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 66/100 (gezond), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 12 dagen na de termijn neergelegd.
  • Bestaat sinds 01-01-1968 (58 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.