Ga naar inhoud

NNCO: werkgeverscheck

NNCO (Brussel) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 12 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

NNCO
BE 0819.867.061BrusselNACE 47.551, Detailhandel in huismeubilair
Sociale balans 2025 · verkort schemaAndere onderneming
Personeel
12,4 VTE
10 personen op 31-12-2025-47% tegenover 2024
Sector mediaan 3,6 VTEhoogste kwart
Verloop
176%
9 in dienst, 31 uit dienst
Sector mediaan 59%hoogste kwart
Loonkost per VTE
€ 25.000
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Staat niet in de ranglijsten: personeel meer dan een derde gedaald tegenover het jaar voordien (vertrek in de loop van het jaar, met opzeg- en ontslagvergoedingen, vertekent dat jaar).
Opleiding
Geen gerapporteerd
De sociale balans van 2025 vermeldt geen opleidingsuren.
Sector 29% rapporteert opleidingmediaan 28,2 ulaagste kwart

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2024 steeg de loonkost per VTE met 4%. Jaren met een onwaarschijnlijk cijfer staan er niet in.

Hoogste loonkost per VTE in Detailhandel

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 14%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

Personeelscijfer gecorrigeerd
  • 2025 Neergelegd: 310.178,2; getoond: 12,4 (bron: sociale balans). Het neergelegde cijfer betekent minder dan 100 euro personeelskosten per VTE.
  • 2024 Neergelegd: 502.841,2; getoond: 23,5 (bron: sociale balans). Het neergelegde cijfer betekent minder dan 100 euro personeelskosten per VTE.
  • 2023 Weggelaten: neergelegd cijfer onmogelijk (353.381). Het neergelegde cijfer betekent minder dan 100 euro personeelskosten per VTE.
  • 2022 Neergelegd: 380.912,2; getoond: 13,2 (bron: sociale balans). Het neergelegde cijfer betekent minder dan 100 euro personeelskosten per VTE.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Meer uitdiensttredingen dan gemiddeld personeel: dat wijst op veel kortlopende contracten, zoals seizoens- of vakantiewerk.

Samenstelling op 31-12-2025

10 personen
Voltijds en deeltijdssector: 33% deeltijds
voltijds 7 (70%)deeltijds 3 (30%)
Mannen en vrouwensector: 50% vrouwen
mannen 4 (40%)vrouwen 6 (60%)
Soort contractsector: 90% onbepaalde duur
onbepaalde duur 10 (100%)
Beroepscategorie
bedienden 5 (50%)arbeiders 5 (50%)

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)14,213,2-23,512,4
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)10,6 / 7,69,5 / 7,8-18,7 / 11,29,9 / 5,6
Personen op de afsluitdatum1619-3210
Gepresteerde uren15.73313.983-28.42710.461
Personeelskost€ 396.200€ 374.600€ 353.400€ 502.800€ 269.100
In dienst (personen)1314-459
Uit dienst (personen)1411-3131
Uitstroom61%53%-86%176%

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 67/100 (gezond), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 31 dagen na de termijn neergelegd.
  • Personeel Het gemiddelde personeel daalde met 47% tegenover 2024. Een overdracht van personeel naar een andere vennootschap, bijvoorbeeld binnen een groep, geeft hetzelfde beeld.
  • Bestaat sinds 20-10-2009 (16 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.