Ga naar inhoud

NB: werkgeverscheck

NB (Antwerpen) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 25 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

NB
BE 0889.342.223AntwerpenNACE 46.711, Groothandel in auto's en lichte bestelwagens (<= 3,5 ton)
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
25,4 VTE
29 personen op 31-12-2025-19% tegenover 2024
Sector mediaan 5,1 VTEhoogste kwart
Verloop
92%
22 in dienst, 29 uit dienst
Sector mediaan 26%hoogste kwart
Loonkost per VTE
€ 98.600
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 82% van de werkgevers in Groothandel met 10 tot 49 VTE
Opleiding
Geen gerapporteerd
De sociale balans van 2025 vermeldt geen opleidingsuren.
Sector 35% rapporteert opleidingmediaan 9,9 ulaagste kwart

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 98%. De mediaan van de sector is € 69.500. Jaren met een onwaarschijnlijk cijfer staan er niet in.

Hoogste loonkost per VTE in Groothandel

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 51%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen1
  • Afdanking door de werkgever3
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)25

Samenstelling op 31-12-2025

29 personen
Voltijds en deeltijdssector: 17% deeltijds
voltijds 24 (83%)deeltijds 5 (17%)
Mannen en vrouwensector: 28% vrouwen
mannen 25 (86%)vrouwen 4 (14%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 27 (93%)bepaalde duur 2 (7%)
Beroepscategorie
bedienden 16 (55%)arbeiders 13 (45%)

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
3,3
Gepresteerde uren
6.238
Kost voor de onderneming
€ 285.700
Sector 41% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 4%hoogste kwart

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
2022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)51,633,331,525,4
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)46,8 / 8,327,2 / 1026,6 / 8,322,9 / 4,4
Personen op de afsluitdatum53353629
Gepresteerde uren81.15451.10949.38558.836
Personeelskost€ 3.119.300€ 1.902.000€ 1.936.200€ 2.419.900
In dienst (personen)33242222
Uit dienst (personen)36422129
Uitstroom68%125%57%92%
Opleidingsuren668528392-
Uitzendkrachten (gemiddeld)85,53,33,3

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

De Vlaamse overheid erkent deze onderneming als werkplek voor duaal leren in 2 opleidingen. Erkend sinds schooljaar 2025.

  • Autotechnieken duaal (so)
  • Polyvalent mecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen duaal (so)

2 eerdere erkenningen zijn afgelopen of stopgezet.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 43/100 (zwak), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 10-05-2007 (19 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.