Ga naar inhoud

LITRAN: werkgeverscheck

LITRAN (Gent) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 410 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

LITRAN
BE 0405.834.142GentNACE 42.220, Bouw van civieltechnische werken voor elektriciteit en telecommunicatie
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
410,2 VTE
400 personen op 30-09-2025-2% tegenover 2024
Sector mediaan 7,3 VTEhoogste kwart
Verloop
22%
66 in dienst, 91 uit dienst
Sector mediaan 29%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 69.500
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 68% van de werkgevers in Weg- en waterbouw
Opleiding
32,8 uur per VTE
13.453 uur in totaal · € 94.600
Sector 46% rapporteert opleidingmediaan 12,4 uhoogste kwart

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2019 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 22%. De mediaan van de sector is € 64.800. Jaren onder 10 VTE of met een onwaarschijnlijk cijfer staan er niet in.

Best betalende werkgevers in Weg- en waterbouw

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2019 tot 2025 groeide het personeel met 12%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen7
  • Afdanking door de werkgever3
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)81

Samenstelling op 30-09-2025

400 personen
Voltijds en deeltijdssector: 7% deeltijds
voltijds 372 (93%)deeltijds 28 (7%)
Mannen en vrouwensector: 7% vrouwen
mannen 370 (93%)vrouwen 30 (8%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 400 (100%)
Beroepscategorie
bedienden 91 (23%)arbeiders 300 (75%)directie 9 (2%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 386 13.453 € 94.600

De opleidingskost is 0,3% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
18,4
Gepresteerde uren
35.643
Kost voor de onderneming
€ 1.792.200
Sector 41% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 2%middelste helft

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
202220242025
Gemiddeld personeel (VTE)367,8420,1410,2
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)351,1 / 24,1397,8 / 27,5389,8 / 29
Personen op de afsluitdatum395426400
Gepresteerde uren484.241984.126545.631
Personeelskost€ 20.062.800€ 44.221.200€ 28.519.500
In dienst (personen)9217066
Uit dienst (personen)6313991
Uitstroom17%32%22%
Opleidingsuren3.60919.05613.453
Uitzendkrachten (gemiddeld)1436,118,4

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

De Vlaamse overheid erkent deze onderneming als werkplek voor duaal leren in 3 opleidingen. Erkend sinds schooljaar 2024.

  • Hoeknaadlasser duaal (so)
  • Lasser-monteerder (vwo)
  • Lasser-monteerder duaal (so)

3 eerdere erkenningen zijn afgelopen of stopgezet.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 68/100 (gezond), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 05-07-1967 (59 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon. Onder 10 VTE benadert een gemiddelde het loon van een persoon; dat cijfer tonen we niet.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.