Ga naar inhoud

JOHN BEAN TECHNOLOGIES: werkgeverscheck

JOHN BEAN TECHNOLOGIES (Sint-Niklaas) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 148 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

JOHN BEAN TECHNOLOGIES
BE 0405.035.475Sint-NiklaasNACE 28.291, Vervaardiging van verpakkingsmachines
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
147,5 VTE
143 personen op 31-12-2025-5% tegenover 2024
Sector mediaan 8,8 VTEhoogste kwart
Verloop
17%
7 in dienst, 26 uit dienst
Sector mediaan 20%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 130.300
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 96% van de werkgevers in Machines en werktuigen met 50 tot 249 VTE
Opleiding
31,4 uur per VTE
4.634 uur in totaal · € 211.800
Sector 42% rapporteert opleidingmediaan 16,5 umiddelste helft

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2021 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 23%. De mediaan van de sector is € 84.100.

Hoogste loonkost per VTE in Machines en werktuigen

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2021 tot 2025 daalde het personeel met 18%.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen4
  • Afdanking door de werkgever10
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)12

Samenstelling op 31-12-2025

143 personen
Voltijds en deeltijdssector: 13% deeltijds
voltijds 110 (77%)deeltijds 33 (23%)
Mannen en vrouwensector: 12% vrouwen
mannen 127 (89%)vrouwen 16 (11%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 142 (99%)bepaalde duur 1 (1%)
Beroepscategorie
bedienden 101 (71%)arbeiders 39 (27%)directie 3 (2%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 26 696 € 83.800
Minder formeel 7 3.938 € 128.000

De opleidingskost is 1,1% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
2,1
Gepresteerde uren
4.054
Kost voor de onderneming
€ 228.300
Sector 41% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 3%middelste helft

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)179,9183,9169,9155,8147,5
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)164,1 / 21,7163,3 / 28,1144,7 / 33,1126,5 / 37,4120,4 / 35,5
Personen op de afsluitdatum191188170162143
Gepresteerde uren270.898283.827244.819237.695224.191
Personeelskost€ 18.991.100€ 19.576.100€ 19.719.400€ 19.640.500€ 19.225.300
In dienst (personen)2723567
Uit dienst (personen)1726231426
Uitstroom9%14%13%9%17%
Opleidingsuren12.76610.2463.1609754.634
Uitzendkrachten (gemiddeld)4,67,91,91,82,1

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

Vandaag geen erkende werkplek voor duaal leren.

2 eerdere erkenningen zijn afgelopen of stopgezet.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 87/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 01-01-1946 (80 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.