Jac: werkgeverscheck
Jac (Liège) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 114 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?
Personeel
114 VTE
115 personen op 31-12-2025+2% tegenover 2024
Sector
mediaan 9 VTEhoogste kwart
Verloop
14%
11 in dienst, 16 uit dienst
Sector
mediaan 19%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 70.000
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Opleiding
15,1 uur per VTE
1.723 uur in totaal · € 39.900
Sector
41% rapporteert opleidingmediaan 16 umiddelste helft
Loonkost per VTE door de jaren
euro per voltijds equivalent€ 51.180
2020
€ 57.984
2021
€ 58.654
2022
€ 60.571
2023
€ 64.801
2024
€ 69.951
2025
Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 37%.
Personeel door de jaren
gemiddeld VTE101,3
2020
99,7
2021
110,4
2022
110,9
2023
112
2024
114
2025
Van 2020 tot 2025 groeide het personeel met 13%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.
In- en uitstroom
in dienstuit dienst
31 · 32
2021
42 · 30
2022
22 · 24
2023
18 · 11
2024
11 · 16
2025
Waarom mensen vertrokken in 2025
- Pensioen3
- Afdanking door de werkgever6
- Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)7
Samenstelling op 31-12-2025
115 personenVoltijds en deeltijdssector: 13% deeltijds
voltijds 105 (91%)deeltijds 10 (9%)
Mannen en vrouwensector: 12% vrouwen
mannen 102 (89%)vrouwen 13 (11%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 109 (95%)bepaalde duur 6 (5%)
Beroepscategorie
bedienden 42 (37%)arbeiders 73 (63%)
Opleiding in 2025
| Deelnemers | Uren | Kost | |
|---|---|---|---|
| Formeel | 31 | 509 | € 21.200 |
| Minder formeel | 13 | 104 | € 4.600 |
| Initieel | 1 | 1.110 | € 14.100 |
De opleidingskost is 0,5% van de personeelskost.
Uitzendkrachten in 2025
- Gemiddeld ingezet
- 32
- Gepresteerde uren
- 54.791
- Kost voor de onderneming
- € 2.158.600
Sector
41% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 3%hoogste kwart
Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.
Alle cijfers per boekjaar
zoals neergelegd| 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld personeel (VTE) | 99,7 | 110,4 | 110,9 | 112 | 114 |
| Voltijds / deeltijds (gemiddeld) | 91,1 / 13,3 | 103,1 / 10,9 | 103,4 / 11,3 | 104,4 / 11,5 | 106,7 / 11 |
| Personen op de afsluitdatum | 103 | 115 | 113 | 120 | 115 |
| Gepresteerde uren | 148.508 | 160.616 | 153.776 | 160.209 | 166.959 |
| Personeelskost | € 5.769.700 | € 6.463.700 | € 6.712.000 | € 7.257.800 | € 7.974.500 |
| In dienst (personen) | 31 | 42 | 22 | 18 | 11 |
| Uit dienst (personen) | 32 | 30 | 24 | 11 | 16 |
| Uitstroom | 31% | 27% | 19% | 9% | 14% |
| Opleidingsuren | 70 | 3.211 | 3.567 | 3.965 | 1.723 |
| Uitzendkrachten (gemiddeld) | 14,4 | 13,1 | 10,9 | 21 | 32 |
Stabiliteit van de werkgever
- Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
- Financiële gezondheid Checked score 61/100 (gezond), jaarrekening 2025
- Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
- Bestaat sinds 15-05-1964 (62 jaar)
Zo leest u deze cijfers
- Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
- Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
- De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon. Onder 10 VTE benadert een gemiddelde het loon van een persoon; dat cijfer tonen we niet.
- De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
- Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.