Ga naar inhoud

INTERPARKING: werkgeverscheck

INTERPARKING (Brussel) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 325 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

INTERPARKING
BE 0403.459.919BrusselNACE 52.210, Diensten in verband met vervoer te land
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
325,3 VTE
339 personen op 31-12-2025+2% tegenover 2024
Sector mediaan 8,1 VTEhoogste kwart
Verloop
60%
219 in dienst, 207 uit dienst
Sector mediaan 22%hoogste kwart
Loonkost per VTE
€ 95.600
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 77% van de werkgevers in Opslag en vervoerondersteuning met 250 VTE of meer
Opleiding
16,4 uur per VTE
5.351 uur in totaal · € 252.600
Sector 49% rapporteert opleidingmediaan 9,8 umiddelste helft

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 69%. De mediaan van de sector is € 74.000.

Best betalende werkgevers in Opslag en vervoerondersteuning

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 6%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen7
  • Afdanking door de werkgever16
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)184

Samenstelling op 31-12-2025

339 personen
Voltijds en deeltijdssector: 10% deeltijds
voltijds 306 (90%)deeltijds 33 (10%)
Mannen en vrouwensector: 24% vrouwen
mannen 280 (83%)vrouwen 59 (17%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 323 (95%)bepaalde duur 14 (4%)vervanging 2 (1%)
Beroepscategorie
bedienden 228 (67%)arbeiders 95 (28%)directie 16 (5%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 334 3.380 € 147.900
Minder formeel 106 1.971 € 104.700

De opleidingskost is 0,8% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
34,6
Gepresteerde uren
68.304
Kost voor de onderneming
€ 2.429.400
Sector 49% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 10%middelste helft

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)299279,3307,9317,7325,3
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)272,6 / 38,8258,8 / 30282,9 / 35,5290,8 / 38,7298,7 / 37,3
Personen op de afsluitdatum282296312328339
Gepresteerde uren333.635428.026468.176479.205494.431
Personeelskost€ 20.822.100€ 22.531.900€ 26.598.000€ 28.505.900€ 31.090.200
In dienst (personen)24175232183219
Uit dienst (personen)95161216167207
Uitstroom30%55%66%50%60%
Opleidingsuren1.3162.1565.7536.9585.351
Uitzendkrachten (gemiddeld)6,915,631,136,234,6

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 48/100 (aanvaardbaar), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 08-02-1949 (77 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon. Onder 10 VTE benadert een gemiddelde het loon van een persoon; dat cijfer tonen we niet.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.