Ga naar inhoud

FLEXTRA INTERIM: werkgeverscheck

FLEXTRA INTERIM (Kortrijk) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 317 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

FLEXTRA INTERIM
BE 0860.423.256KortrijkNACE 78.100, Arbeidsbemiddeling
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
316,5 VTE
488 personen op 31-12-2025+24% tegenover 2024
Sector mediaan 20 VTEhoogste kwart
Verloop
11272%
40.818 in dienst, 40.657 uit dienst
Sector mediaan 77%hoogste kwart
Loonkost per VTE
€ 65.900
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 67% van de werkgevers in Arbeidsbemiddeling met 250 VTE of meer
Opleiding
12,4 uur per VTE
3.909 uur in totaal · € 73.800
Sector 40% rapporteert opleidingmediaan 7,2 umiddelste helft

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 35%. De mediaan van de sector is € 58.600.

Hoogste loonkost per VTE in Arbeidsbemiddeling

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 groeide het personeel met 45%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Afdanking door de werkgever4
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)40.653

Meer uitdiensttredingen dan gemiddeld personeel: dat wijst op veel kortlopende contracten, zoals seizoens- of vakantiewerk.

Samenstelling op 31-12-2025

488 personen
Voltijds en deeltijdssector: 29% deeltijds
voltijds 243 (50%)deeltijds 245 (50%)
Mannen en vrouwensector: 50% vrouwen
mannen 349 (72%)vrouwen 139 (28%)
Soort contractsector: 95% onbepaalde duur
onbepaalde duur 36 (7%)bepaalde duur 452 (93%)
Beroepscategorie
bedienden 104 (21%)arbeiders 384 (79%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 175 3.909 € 73.800

De opleidingskost is 0,4% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
0,2
Gepresteerde uren
288
Kost voor de onderneming
€ 7.900
Sector 24% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 1%laagste kwart

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)221,1280,5259255,7316,5
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)193,1 / 39,9238,3 / 67217,2 / 66,4199,6 / 78,9236,4 / 111,3
Personen op de afsluitdatum27912990327488
Gepresteerde uren599.914655.811590.696645.833762.191
Personeelskost€ 13.506.000€ 15.462.100€ 15.182.500€ 17.099.100€ 20.853.400
In dienst (personen)34.15440.49331.31533.05340.818
Uit dienst (personen)34.12240.64331.35432.81640.657
Uitstroom14154%12544%10566%11358%11272%
Opleidingsuren2.4502.7902.7403.3093.909
Uitzendkrachten (gemiddeld)-0,50,50,10,2

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

Niet opgenomen in het Vlaamse register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 82/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 01-08-2003 (23 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.