Ga naar inhoud

ETERNIT: werkgeverscheck

ETERNIT (Kapelle-op-den-Bos) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 524 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

ETERNIT
BE 0466.059.066Kapelle-op-den-BosNACE 23.610, Vervaardiging van artikelen van beton voor de bouw
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
524,4 VTE
514 personen op 31-12-2025-3% tegenover 2024
Sector mediaan 6,8 VTEhoogste kwart
Verloop
16%
40 in dienst, 86 uit dienst
Sector mediaan 17%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 90.700
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 92% van de werkgevers in Niet-metaalhoudende minerale producten
Opleiding
29,3 uur per VTE
15.391 uur in totaal · € 1.000.700
Sector 43% rapporteert opleidingmediaan 10,3 uhoogste kwart

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 38%. De mediaan van de sector is € 65.500.

Hoogste loonkost per VTE in Niet-metaalhoudende minerale producten

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 14%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen16
  • Werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen)19
  • Afdanking door de werkgever18
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)33

Samenstelling op 31-12-2025

514 personen
Voltijds en deeltijdssector: 10% deeltijds
voltijds 420 (82%)deeltijds 94 (18%)
Mannen en vrouwensector: 10% vrouwen
mannen 462 (90%)vrouwen 52 (10%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 514 (100%)
Beroepscategorie
bedienden 118 (23%)arbeiders 395 (77%)andere 1 (0%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 411 5.166 € 438.400
Minder formeel 269 10.225 € 562.400

De opleidingskost is 2,1% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
4,8
Gepresteerde uren
8.056
Kost voor de onderneming
€ 419.500
Sector 51% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 4%laagste kwart

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)607,6615586540,8524,4
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)537,2 / 90546,8 / 86,8515,1 / 89,6461,9 / 99,9442,1 / 103,6
Personen op de afsluitdatum642625578560514
Gepresteerde uren852.592837.700775.663746.247698.193
Personeelskost€ 41.721.800€ 46.474.200€ 46.348.600€ 46.638.500€ 47.135.100
In dienst (personen)8370353740
Uit dienst (personen)7287805486
Uitstroom11%13%13%9%16%
Opleidingsuren82.84412.98316.46516.95215.391
Uitzendkrachten (gemiddeld)15,48,45,454,8

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

Niet opgenomen in het Vlaamse register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 89/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 14-05-1999 (27 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.