EG: werkgeverscheck
EG (Brussel) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 162 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?
Personeel
162 VTE
162 personen op 31-12-2025evenveel als 2024
Sector
mediaan 5 VTEhoogste kwart
Verloop
15%
22 in dienst, 25 uit dienst
Sector
mediaan 25%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 149.100
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector
Hoger dan 88% van de werkgevers in Groothandel met 50 tot 249 VTE
Opleiding
14,2 uur per VTE
2.294 uur in totaal · € 120.500
Sector
35% rapporteert opleidingmediaan 10 umiddelste helft
Loonkost per VTE door de jaren
euro per voltijds equivalent€ 125.201
2020
€ 137.612
2021
€ 138.046
2022
€ 153.525
2023
€ 146.904
2024
€ 149.055
2025
Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 19%. De mediaan van de sector is € 83.600.
Personeel door de jaren
gemiddeld VTE171,7
2020
167,3
2021
161,5
2022
169,7
2023
162,5
2024
162
2025
Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 6%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.
In- en uitstroom
in dienstuit dienst
13 · 23
2021
29 · 28
2022
23 · 11
2023
17 · 27
2024
22 · 25
2025
Waarom mensen vertrokken in 2025
- Pensioen2
- Werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen)1
- Afdanking door de werkgever13
- Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)9
Samenstelling op 31-12-2025
162 personenVoltijds en deeltijdssector: 17% deeltijds
voltijds 151 (93%)deeltijds 11 (7%)
Mannen en vrouwensector: 28% vrouwen
mannen 64 (40%)vrouwen 98 (60%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 162 (100%)
Beroepscategorie
bedienden 162 (100%)
Opleiding in 2025
| Deelnemers | Uren | Kost | |
|---|---|---|---|
| Formeel | 162 | 2.294 | € 120.500 |
De opleidingskost is 0,5% van de personeelskost.
Uitzendkrachten in 2025
- Gemiddeld ingezet
- 0,3
- Gepresteerde uren
- 668
- Kost voor de onderneming
- € 17.300
Sector
40% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 4%laagste kwart
Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.
Alle cijfers per boekjaar
zoals neergelegd| 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld personeel (VTE) | 167,3 | 161,5 | 169,7 | 162,5 | 162 |
| Voltijds / deeltijds (gemiddeld) | 159,3 / 10,2 | 151,5 / 12,4 | 159 / 13,3 | 150,1 / 15,5 | 151,7 / 12,1 |
| Personen op de afsluitdatum | 162 | 163 | 175 | 165 | 162 |
| Gepresteerde uren | 273.806 | 259.344 | 272.815 | 259.658 | 260.428 |
| Personeelskost | € 23.022.500 | € 22.294.400 | € 26.053.200 | € 23.871.900 | € 24.147.000 |
| In dienst (personen) | 13 | 29 | 23 | 17 | 22 |
| Uit dienst (personen) | 23 | 28 | 11 | 27 | 25 |
| Uitstroom | 14% | 17% | 6% | 16% | 15% |
| Opleidingsuren | 529 | 1.440 | 4.485 | 6.234 | 2.294 |
| Uitzendkrachten (gemiddeld) | 0,5 | 0,7 | 0,5 | 0,5 | 0,3 |
Stabiliteit van de werkgever
- Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
- Financiële gezondheid Checked score 97/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
- Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 25 dagen na de termijn neergelegd.
- Bestaat sinds 02-10-1979 (47 jaar)
Zo leest u deze cijfers
- Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
- Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
- De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
- De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
- Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.