Ga naar inhoud

Dematic: werkgeverscheck

Dematic (Antwerpen) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 144 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

Dematic
BE 0404.636.389AntwerpenNACE 43.211, Algemene elektrotechnische installatiewerken
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
144,4 VTE
146 personen op 31-12-2025-34% tegenover 2024
Sector mediaan 3,2 VTEhoogste kwart
Verloop
12%
18 in dienst, 17 uit dienst
Sector mediaan 31%laagste kwart
Loonkost per VTE
€ 91.600
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Staat niet in de ranglijsten: personeel meer dan een derde gedaald tegenover het jaar voordien (vertrek in de loop van het jaar, met opzeg- en ontslagvergoedingen, vertekent dat jaar).
Opleiding
1,3 uur per VTE
192 uur in totaal · € 27.700
Sector 34% rapporteert opleidingmediaan 17,8 ulaagste kwart

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2023 steeg de loonkost per VTE met 24%.

Hoogste loonkost per VTE in Gespecialiseerde bouw

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 48%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Afdanking door de werkgever7
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)10

Samenstelling op 31-12-2025

146 personen
Voltijds en deeltijdssector: 10% deeltijds
voltijds 136 (93%)deeltijds 10 (7%)
Mannen en vrouwensector: 10% vrouwen
mannen 129 (88%)vrouwen 17 (12%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 146 (100%)
Beroepscategorie
bedienden 145 (99%)arbeiders 1 (1%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 11 192 € 27.700

De opleidingskost is 0,2% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
4,3
Gepresteerde uren
8.915
Kost voor de onderneming
€ 365.300
Sector 23% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 3%middelste helft

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
2022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)381,8387,4218144,4
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)367,3 / 18,5368 / 24,5206,3 / 15,1135,8 / 11,2
Personen op de afsluitdatum384409145146
Gepresteerde uren610.498621.517352.813219.104
Personeelskost€ 31.628.800€ 38.030.600€ 17.592.200€ 13.233.300
In dienst (personen)63754918
Uit dienst (personen)625031317
Uitstroom16%13%141%12%
Opleidingsuren-1.8111.926192
Uitzendkrachten (gemiddeld)11,61264,3

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

Niet opgenomen in het Vlaamse register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 64/100 (gezond), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Personeel Het gemiddelde personeel daalde met 34% tegenover 2024. Een overdracht van personeel naar een andere vennootschap, bijvoorbeeld binnen een groep, geeft hetzelfde beeld.
  • Bestaat sinds 18-01-1947 (79 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.