Ga naar inhoud

DEGRO: werkgeverscheck

DEGRO (Ieper) telde in boekjaar 2026 gemiddeld 33 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

DEGRO
BE 0444.035.910IeperNACE 43.990, Overige gespecialiseerde bouwactiviteiten, n.e.g.
Sociale balans 2026 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
33,3 VTE
35 personen op 31-03-2026-8% tegenover 2025
Sector mediaan 3,2 VTEhoogste kwart
Verloop
16%
9 in dienst, 8 uit dienst
Sector mediaan 31%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 68.200
boekjaar 2026 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 66% van de werkgevers in Gespecialiseerde bouw met 10 tot 49 VTE
Opleiding
Geen gerapporteerd
De sociale balans van 2026 vermeldt geen opleidingsuren.
Sector 34% rapporteert opleidingmediaan 17,6 ulaagste kwart

De sectorvergelijking gaat over boekjaar 2025: voor 2026 zijn nog te weinig jaarrekeningen neergelegd.

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2021 tot 2026 steeg de loonkost per VTE met 22%. De mediaan van de sector is € 63.500.

Hoogste loonkost per VTE in Gespecialiseerde bouw

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2021 tot 2026 daalde het personeel met 12%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2026

  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)8

Samenstelling op 31-03-2026

35 personen
Voltijds en deeltijdssector: 10% deeltijds
voltijds 29 (83%)deeltijds 6 (17%)
Mannen en vrouwensector: 10% vrouwen
mannen 32 (91%)vrouwen 3 (9%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 33 (94%)bepaalde duur 2 (6%)
Beroepscategorie
bedienden 3 (9%)arbeiders 32 (91%)

Uitzendkrachten in 2026

Gemiddeld ingezet
6,1
Gepresteerde uren
8.880
Kost voor de onderneming
€ 488.400
Sector 22% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 3%laagste kwart

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20222023202420252026
Gemiddeld personeel (VTE)384131,936,233,3
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)36,3 / 239,2 / 229,8 / 2,434,3 / 2,330 / 5,4
Personen op de afsluitdatum3833333435
Gepresteerde uren66.26572.38651.66859.18750.934
Personeelskost€ 2.168.600€ 2.461.000€ 1.969.300€ 2.259.700€ 2.269.700
In dienst (personen)613338169
Uit dienst (personen)603938158
Uitstroom111%72%77%38%16%
Uitzendkrachten (gemiddeld)----6,1

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

De Vlaamse overheid erkent deze onderneming als werkplek voor duaal leren in 1 opleiding. Erkend sinds schooljaar 2026.

  • Bouwplaatsmachinist duaal (so)

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 72/100 (gezond), jaarrekening 2026
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2026 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 26-04-1991 (35 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon. Onder 10 VTE benadert een gemiddelde het loon van een persoon; dat cijfer tonen we niet.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.