Ga naar inhoud

DE WAAL SOLID FOUNDATIONS: werkgeverscheck

DE WAAL SOLID FOUNDATIONS (Lokeren) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 105 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

DE WAAL SOLID FOUNDATIONS
BE 0404.634.015LokerenNACE 23.610, Vervaardiging van artikelen van beton voor de bouw
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
104,5 VTE
106 personen op 31-12-2025-12% tegenover 2024
Sector mediaan 6,8 VTEhoogste kwart
Verloop
20%
13 in dienst, 21 uit dienst
Sector mediaan 18%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 83.000
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 78% van de werkgevers in Niet-metaalhoudende minerale producten met 50 tot 249 VTE
Opleiding
52,9 uur per VTE
5.528 uur in totaal · € 243.800
Sector 42% rapporteert opleidingmediaan 10,4 uhoogste kwart

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 41%. De mediaan van de sector is € 72.100.

Best betalende werkgevers in Niet-metaalhoudende minerale producten

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 23%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen4
  • Afdanking door de werkgever4
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)13

Samenstelling op 31-12-2025

106 personen
Voltijds en deeltijdssector: 10% deeltijds
voltijds 97 (92%)deeltijds 9 (8%)
Mannen en vrouwensector: 10% vrouwen
mannen 97 (92%)vrouwen 9 (8%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 104 (98%)bepaalde duur 2 (2%)
Beroepscategorie
bedienden 28 (26%)arbeiders 78 (74%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 65 5.528 € 243.800

De opleidingskost is 2,8% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
3,3
Gepresteerde uren
6.383
Kost voor de onderneming
€ 284.900
Sector 51% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 4%middelste helft

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)131,6132127,4119,2104,5
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)126,2 / 7,8125,9 / 8,3120,9 / 8,8113,1 / 8,397,9 / 9,1
Personen op de afsluitdatum136130129114106
Gepresteerde uren188.193181.168181.976165.215152.496
Personeelskost€ 8.986.800€ 9.110.600€ 10.150.500€ 9.405.500€ 8.675.900
In dienst (personen)2132301413
Uit dienst (personen)2338312921
Uitstroom17%26%18%24%20%
Opleidingsuren1.0551.3221.2905.4935.528
Uitzendkrachten (gemiddeld)2,63,44,54,63,3

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

Niet opgenomen in het Vlaamse register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 66/100 (gezond), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 06-11-1959 (66 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon. Onder 10 VTE benadert een gemiddelde het loon van een persoon; dat cijfer tonen we niet.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.