Ga naar inhoud

Colac: werkgeverscheck

Colac (Beerse) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 63 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

Colac
BE 0420.440.065BeerseNACE 10.520, Vervaardiging van roomijs en ander consumptie-ijs
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
63,4 VTE
70 personen op 31-12-2025+9% tegenover 2024
Sector mediaan 6,4 VTEhoogste kwart
Verloop
21%
20 in dienst, 15 uit dienst
Sector mediaan 51%middelste helft
Loonkost per VTE
€ 81.800
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 82% van de werkgevers in Voedingsmiddelen met 50 tot 249 VTE
Opleiding
27,4 uur per VTE
1.738 uur in totaal · € 10.600
Sector 36% rapporteert opleidingmediaan 15,7 umiddelste helft

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 23%. De mediaan van de sector is € 63.300.

Hoogste loonkost per VTE in Voedingsmiddelen

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 groeide het personeel met 54%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)15

Samenstelling op 31-12-2025

70 personen
Voltijds en deeltijdssector: 22% deeltijds
voltijds 57 (81%)deeltijds 13 (19%)
Mannen en vrouwensector: 44% vrouwen
mannen 46 (65%)vrouwen 25 (35%)
Soort contractsector: 92% onbepaalde duur
onbepaalde duur 68 (97%)bepaalde duur 2 (3%)
Beroepscategorie
bedienden 34 (49%)arbeiders 34 (49%)andere 2 (3%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 2 66 € 3.200
Initieel 3 1.672 € 7.400

De opleidingskost is 0,2% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
9,4
Gepresteerde uren
18.588
Kost voor de onderneming
€ 673.900
Sector 55% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 11%middelste helft

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)4453,3555863,4
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)41 / 5,550,1 / 5,950,5 / 8,350,7 / 11,254,4 / 13,2
Personen op de afsluitdatum4758616570
Gepresteerde uren73.05685.57688.26993.461102.234
Personeelskost€ 3.023.600€ 3.513.200€ 4.012.700€ 4.492.700€ 5.185.700
In dienst (personen)825171220
Uit dienst (personen)31414815
Uitstroom7%26%24%12%21%
Opleidingsuren5784.7282.6473.2401.738
Uitzendkrachten (gemiddeld)-7,289,69,4

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

De Vlaamse overheid erkent deze onderneming als werkplek voor duaal leren in 5 opleidingen. Erkend sinds schooljaar 2023.

  • Logistiek duaal (so)
  • Magazijnmedewerker (vwo)
  • Magazijnmedewerker duaal (so)
  • Productie-industrie duaal (so)
  • Productiemedewerker industrie duaal (so)

1 eerdere erkenningen zijn afgelopen of stopgezet.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 95/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 03-04-1980 (46 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.