Ga naar inhoud

Cash Plus: werkgeverscheck

Cash Plus (Anzegem) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 41 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

Cash Plus
BE 0474.243.292AnzegemNACE 47.120, Overige niet-gespecialiseerde detailhandel
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
40,7 VTE
51 personen op 31-08-2025-7% tegenover 2024
Sector mediaan 3,6 VTEhoogste kwart
Verloop
5709%
2.464 in dienst, 2.461 uit dienst
Sector mediaan 59%hoogste kwart
Loonkost per VTE
€ 51.100
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 59% van de werkgevers in Detailhandel met 10 tot 49 VTE
Opleiding
4,6 uur per VTE
189 uur in totaal · € 7.200
Sector 29% rapporteert opleidingmediaan 28,2 ulaagste kwart

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 52%. De mediaan van de sector is € 46.300.

Hoogste loonkost per VTE in Detailhandel

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 9%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen1
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)2.460

Meer uitdiensttredingen dan gemiddeld personeel: dat wijst op veel kortlopende contracten, zoals seizoens- of vakantiewerk.

Samenstelling op 31-08-2025

51 personen
Voltijds en deeltijdssector: 33% deeltijds
voltijds 29 (57%)deeltijds 22 (43%)
Mannen en vrouwensector: 50% vrouwen
mannen 16 (31%)vrouwen 35 (69%)
Soort contractsector: 90% onbepaalde duur
onbepaalde duur 35 (69%)bepaalde duur 16 (31%)
Beroepscategorie
bedienden 49 (96%)arbeiders 2 (4%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 9 54 € 3.300
Minder formeel 9 135 € 3.900

De opleidingskost is 0,3% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
5,3
Gepresteerde uren
9.974
Kost voor de onderneming
€ 267.700
Sector 23% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 4%middelste helft

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
2022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)48,548,643,940,7
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)37,4 / 15,636,9 / 15,333,3 / 13,632,4 / 10,7
Personen op de afsluitdatum59464851
Gepresteerde uren81.31586.36881.77675.732
Personeelskost€ 2.024.900€ 2.220.000€ 2.145.600€ 2.078.000
In dienst (personen)1.2872.1732.5212.464
Uit dienst (personen)1.2822.1852.5192.461
Uitstroom2247%4148%5383%5709%
Opleidingsuren3515329189
Uitzendkrachten (gemiddeld)7,67,14,75,3

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

Vandaag geen erkende werkplek voor duaal leren.

4 eerdere erkenningen zijn afgelopen of stopgezet.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 95/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 08-03-2001 (25 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.