C.B.D.: werkgeverscheck
C.B.D. (Ath) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 80 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?
Personeel
80,1 VTE
84 personen op 31-12-2025+1% tegenover 2024
Sector
mediaan 3,2 VTEhoogste kwart
Verloop
15%
18 in dienst, 12 uit dienst
Sector
mediaan 29%laagste kwart
Loonkost per VTE
€ 64.300
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector
Hoger dan 25% van de werkgevers in Burgerlijke en utiliteitsbouw met 50 tot 249 VTE
Opleiding
30,9 uur per VTE
2.474 uur in totaal · € 66.700
Sector
41% rapporteert opleidingmediaan 20,8 umiddelste helft
Loonkost per VTE door de jaren
euro per voltijds equivalent€ 47.201
2020
€ 49.279
2021
€ 49.495
2022
€ 54.888
2023
€ 59.745
2024
€ 64.271
2025
Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 36%. De mediaan van de sector is € 70.300.
Personeel door de jaren
gemiddeld VTE95,4
2020
87,8
2021
85,3
2022
85,7
2023
79,7
2024
80,1
2025
Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 16%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.
In- en uitstroom
in dienstuit dienst
18 · 18
2021
21 · 25
2022
13 · 14
2023
5 · 12
2024
18 · 12
2025
Waarom mensen vertrokken in 2025
- Afdanking door de werkgever4
- Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)8
Samenstelling op 31-12-2025
84 personenVoltijds en deeltijdssector: 9% deeltijds
voltijds 83 (99%)deeltijds 1 (1%)
Mannen en vrouwensector: 7% vrouwen
mannen 83 (99%)vrouwen 1 (1%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 82 (98%)bepaalde duur 2 (2%)
Beroepscategorie
bedienden 22 (26%)arbeiders 62 (74%)
Opleiding in 2025
| Deelnemers | Uren | Kost | |
|---|---|---|---|
| Formeel | 81 | 1.468 | € 65.500 |
| Initieel | 8 | 1.006 | € 1.200 |
De opleidingskost is 1,3% van de personeelskost.
Uitzendkrachten in 2025
- Gemiddeld ingezet
- 0,9
- Gepresteerde uren
- 1.760
- Kost voor de onderneming
- € 111.900
Sector
29% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 2%middelste helft
Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.
Alle cijfers per boekjaar
zoals neergelegd| 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld personeel (VTE) | 87,8 | 85,3 | 85,7 | 79,7 | 80,1 |
| Voltijds / deeltijds (gemiddeld) | 87,8 / - | 85,3 / - | 84,9 / 1 | 78,9 / 1 | 79,1 / 1,3 |
| Personen op de afsluitdatum | 90 | 86 | 85 | 78 | 84 |
| Gepresteerde uren | 100.130 | 101.581 | 102.423 | 91.621 | 99.192 |
| Personeelskost | € 4.326.700 | € 4.222.000 | € 4.703.900 | € 4.761.700 | € 5.148.100 |
| In dienst (personen) | 18 | 21 | 13 | 5 | 18 |
| Uit dienst (personen) | 18 | 25 | 14 | 12 | 12 |
| Uitstroom | 21% | 29% | 16% | 15% | 15% |
| Opleidingsuren | 248 | 4.006 | 6.821 | 3.618 | 2.474 |
| Uitzendkrachten (gemiddeld) | 0,5 | 1,7 | 0,4 | 0,3 | 0,9 |
Stabiliteit van de werkgever
- Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
- Financiële gezondheid Checked score 97/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
- Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
- Bestaat sinds 04-02-1992 (34 jaar)
Zo leest u deze cijfers
- Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
- Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
- De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
- De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
- Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.