Ga naar inhoud

BREMA: werkgeverscheck

BREMA (Bree) telde in boekjaar 2026 gemiddeld 21 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

BREMA
BE 0631.770.304BreeNACE 47.110, Niet-gespecialiseerde detailhandel waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen
Sociale balans 2026 · verkort schemaAndere onderneming
Personeel
20,4 VTE
22 personen op 31-01-2026evenveel als 2025
Sector mediaan 3,6 VTEhoogste kwart
Verloop
2969%
608 in dienst, 614 uit dienst
Sector mediaan 59%hoogste kwart
Loonkost per VTE
€ 31.700
boekjaar 2026 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 8% van de werkgevers in Detailhandel met 10 tot 49 VTE
Opleiding
2,7 uur per VTE
56 uur in totaal · € 1.600
Sector 29% rapporteert opleidingmediaan 28,2 ulaagste kwart

De sectorvergelijking gaat over boekjaar 2025: voor 2026 zijn nog te weinig jaarrekeningen neergelegd.

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2021 tot 2026 steeg de loonkost per VTE met 35%. De mediaan van de sector is € 46.300.

Hoogste loonkost per VTE in Detailhandel

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2021 tot 2026 daalde het personeel met 1%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Meer uitdiensttredingen dan gemiddeld personeel: dat wijst op veel kortlopende contracten, zoals seizoens- of vakantiewerk.

Samenstelling op 31-01-2026

22 personen
Voltijds en deeltijdssector: 33% deeltijds
voltijds 18 (82%)deeltijds 4 (18%)
Mannen en vrouwensector: 50% vrouwen
mannen 7 (32%)vrouwen 15 (68%)
Soort contractsector: 90% onbepaalde duur
onbepaalde duur 14 (64%)bepaalde duur 8 (36%)
Beroepscategorie
bedienden 21 (95%)andere 1 (5%)

Opleiding in 2026

DeelnemersUrenKost
Formeel 1 56 € 1.600

De opleidingskost is 0,3% van de personeelskost.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20222023202420252026
Gemiddeld personeel (VTE)22,320,322,620,320,4
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)13,5 / 2216,3 / 12,318,8 / 1013,9 / 12,715,4 / 9,1
Personen op de afsluitdatum3524312822
Gepresteerde uren225.86027.71225.41027.11531.105
Personeelskost€ 550.600€ 509.100€ 486.900€ 542.400€ 542.400
In dienst (personen)353421500320608
Uit dienst (personen)352424489317614
Uitstroom1538%2028%2132%1509%2969%
Opleidingsuren----56

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

De Vlaamse overheid erkent deze onderneming als werkplek voor duaal leren in 6 opleidingen. Erkend sinds schooljaar 2025.

  • Commercieel assistent (vwo)
  • Commercieel assistent duaal (so)
  • Commerciële organisatie duaal (so)
  • Onthaal, organisatie en sales duaal (so)
  • Winkelmedewerker (vwo)
  • Winkelmedewerker duaal (so)

6 eerdere erkenningen zijn afgelopen of stopgezet.

Bron: Departement Werk en Sociale Economie, register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 87/100 (uitstekend), jaarrekening 2026
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2026 29 dagen na de termijn neergelegd.
  • Bestaat sinds 22-05-2015 (11 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.