Ga naar inhoud

BEWEL: werkgeverscheck

BEWEL (Diepenbeek) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 2.016 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

BEWEL
BE 0407.229.358DiepenbeekNACE 88.993, Beschutte en sociale werkplaatsen
Sociale balans 2025 · verkort schemaAndere onderneming
Personeel
2.015,6 VTE
2.297 personen op 31-12-2025+2% tegenover 2024
Sector mediaan 16,9 VTEhoogste kwart
Verloop
8%
252 in dienst, 219 uit dienst
Sector mediaan 27%laagste kwart
Loonkost per VTE
€ 30.100
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 3% van de werkgevers in Maatschappelijke dienstverlening met 250 VTE of meer
Opleiding
33,7 uur per VTE
68.000 uur in totaal · € 2.026.700
Sector 49% rapporteert opleidingmediaan 21,6 umiddelste helft

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 42%. De mediaan van de sector is € 43.300.

Hoogste loonkost per VTE in Maatschappelijke dienstverlening

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 groeide het personeel met 3%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen23
  • Werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen)10
  • Afdanking door de werkgever22
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)164

Samenstelling op 31-12-2025

2.297 personen
Voltijds en deeltijdssector: 57% deeltijds
voltijds 1.209 (53%)deeltijds 1.088 (47%)
Mannen en vrouwensector: 88% vrouwen
mannen 1.435 (62%)vrouwen 862 (38%)
Soort contractsector: 90% onbepaalde duur
onbepaalde duur 2.101 (91%)bepaalde duur 196 (9%)
Beroepscategorie
bedienden 290 (13%)arbeiders 2.001 (87%)directie 6 (0%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 1.780 68.000 € 2.026.700

De opleidingskost is 3,3% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
3
Gepresteerde uren
5.172
Kost voor de onderneming
€ 80.200
Sector 2% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 4%

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)1.972,32.032,21.987,41.971,52.015,6
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)1.521,6 / 683,11.549,1 / 7401.494,1 / 754,31.470 / 768,31.452,7 / 862,6
Personen op de afsluitdatum2.2192.2462.2042.2642.297
Gepresteerde uren2.120.6832.212.3962.038.8462.101.6142.200.546
Personeelskost€ 47.575.800€ 55.608.400€ 53.764.200€ 57.126.800€ 60.609.500
In dienst (personen)235229169255252
Uit dienst (personen)165202211195219
Uitstroom7%8%9%8%8%
Opleidingsuren20.96338.93833.45658.08568.000
Uitzendkrachten (gemiddeld)20,80,76,23

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

Niet opgenomen in het Vlaamse register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 97/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 01-01-1964 (62 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.