Ga naar inhoud

BARCO: werkgeverscheck

BARCO (Kortrijk) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 1.246 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

BARCO
BE 0473.191.041KortrijkNACE 27.900, Vervaardiging van andere elektrische apparatuur
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
1.245,5 VTE
1.350 personen op 31-12-2025-1% tegenover 2024
Sector mediaan 8,3 VTEhoogste kwart
Verloop
9%
154 in dienst, 118 uit dienst
Sector mediaan 17%laagste kwart
Loonkost per VTE
€ 110.800
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 91% van de werkgevers in Elektrische apparatuur
Opleiding
67,9 uur per VTE
84.533 uur in totaal · € 6.758.000
Sector 42% rapporteert opleidingmediaan 19,4 uhoogste kwart

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 43%. De mediaan van de sector is € 70.700.

Hoogste loonkost per VTE in Elektrische apparatuur

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 4%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen13
  • Werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen)6
  • Afdanking door de werkgever34
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)65

Samenstelling op 31-12-2025

1.350 personen
Voltijds en deeltijdssector: 17% deeltijds
voltijds 1.079 (80%)deeltijds 271 (20%)
Mannen en vrouwensector: 20% vrouwen
mannen 856 (63%)vrouwen 494 (37%)
Soort contractsector: 100% onbepaalde duur
onbepaalde duur 1.278 (95%)bepaalde duur 72 (5%)
Beroepscategorie
bedienden 1.017 (75%)arbeiders 333 (25%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 1.405 22.583 € 2.070.700
Minder formeel 1.246 61.950 € 4.687.400

De opleidingskost is 4,9% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
12,3
Gepresteerde uren
25.383
Kost voor de onderneming
€ 913.900
Sector 47% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 5%laagste kwart

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)1.222,51.222,61.276,91.263,81.245,5
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)1.048,6 / 227,11.029,5 / 251,41.081,7 / 255,31.055,8 / 2731.040,5 / 270,2
Personen op de afsluitdatum1.2691.2991.3341.3141.350
Gepresteerde uren1.768.8341.891.4062.010.3751.986.1971.960.108
Personeelskost€ 105.520.600€ 120.041.500€ 132.837.000€ 138.039.000€ 136.939.100
In dienst (personen)77193163144154
Uit dienst (personen)136163128164118
Uitstroom11%13%9%12%9%
Opleidingsuren66.220108.42980.97885.45884.533
Uitzendkrachten (gemiddeld)6,831,614,56,112,3

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

Niet opgenomen in het Vlaamse register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 90/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 10-11-2000 (25 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.