Ga naar inhoud

ALPRO: werkgeverscheck

ALPRO (Wevelgem) telde in boekjaar 2025 gemiddeld 796 voltijdse equivalenten. Groeit het personeel, blijven mensen er, en hoe verhoudt de werkgever zich tot zijn sector?

ALPRO
BE 0420.429.375WevelgemNACE 10.410, Vervaardiging van oliën en vetten
Sociale balans 2025 · volledig schemaAndere onderneming
Personeel
796,2 VTE
815 personen op 31-12-2025-3% tegenover 2024
Sector mediaan 6,3 VTEhoogste kwart
Verloop
17%
110 in dienst, 139 uit dienst
Sector mediaan 51%laagste kwart
Loonkost per VTE
€ 93.600
boekjaar 2025 · kost voor de werkgever, geen loon
Sector Hoger dan 80% van de werkgevers in Voedingsmiddelen met 250 VTE of meer
Opleiding
27,4 uur per VTE
21.818 uur in totaal · € 905.000
Sector 36% rapporteert opleidingmediaan 16,1 umiddelste helft

Loonkost per VTE door de jaren

euro per voltijds equivalent

Van 2020 tot 2025 steeg de loonkost per VTE met 21%. De mediaan van de sector is € 74.100.

Hoogste loonkost per VTE in Voedingsmiddelen

Personeel door de jaren

gemiddeld VTE

Van 2020 tot 2025 daalde het personeel met 22%. Jaren voor de sociale balans in deze vorm komen uit de jaarrekening zelf.

In- en uitstroom

in dienstuit dienst

Waarom mensen vertrokken in 2025

  • Pensioen8
  • Afdanking door de werkgever17
  • Andere reden (einde van een tijdelijk contract, ontslag door de werknemer)114

Samenstelling op 31-12-2025

815 personen
Voltijds en deeltijdssector: 22% deeltijds
voltijds 705 (87%)deeltijds 110 (13%)
Mannen en vrouwensector: 43% vrouwen
mannen 575 (71%)vrouwen 240 (29%)
Soort contractsector: 92% onbepaalde duur
onbepaalde duur 796 (98%)bepaalde duur 19 (2%)
Beroepscategorie
bedienden 275 (34%)arbeiders 534 (66%)directie 6 (1%)

Opleiding in 2025

DeelnemersUrenKost
Formeel 758 17.716 € 808.800
Minder formeel 476 4.102 € 96.200

De opleidingskost is 1,2% van de personeelskost.

Uitzendkrachten in 2025

Gemiddeld ingezet
67
Gepresteerde uren
131.630
Kost voor de onderneming
€ 5.231.200
Sector 54% gebruikt uitzendkrachtenmediaan 11%middelste helft

Uitzendkrachten en personen die door een andere onderneming ter beschikking worden gesteld; zij staan niet in het eigen personeelsregister.

Alle cijfers per boekjaar

zoals neergelegd
20212022202320242025
Gemiddeld personeel (VTE)1.071,31.002,2854,4822,5796,2
Voltijds / deeltijds (gemiddeld)992,4 / 101,3925,2 / 97,9783,3 / 90,5739,9 / 104,2711,2 / 107,8
Personen op de afsluitdatum1.069899868844815
Gepresteerde uren1.590.3451.465.8251.224.2631.176.4991.137.171
Personeelskost€ 84.107.500€ 79.637.200€ 69.497.800€ 70.581.900€ 74.510.800
In dienst (personen)861055378110
Uit dienst (personen)12327584102139
Uitstroom11%27%10%12%17%
Opleidingsuren69.56980.83023.37721.04321.818
Uitzendkrachten (gemiddeld)70,957,840,549,267

Erkend leerbedrijf

duaal leren, Vlaanderen

Niet opgenomen in het Vlaamse register van erkende werkplekken voor duaal leren.

Stabiliteit van de werkgever

  • Toestand Actief; geen lopend faillissement of gerechtelijke reorganisatie.
  • Financiële gezondheid Checked score 91/100 (uitstekend), jaarrekening 2025
  • Neerlegging jaarrekening Jaarrekening 2025 op tijd neergelegd.
  • Bestaat sinds 27-05-1980 (46 jaar)

Zo leest u deze cijfers

  • Bron: de sociale balans in de jaarrekening die de onderneming bij de Nationale Bank van België neerlegde. Ze beschrijft het eigen personeel, niet dat van dochterbedrijven.
  • Personeelskost is de totale kost voor de werkgever (brutoloon, werkgeversbijdragen, verzekeringen en andere voordelen), geen loon van een werknemer.
  • De personeelskosten van de jaarrekening (rubriek 62) gedeeld door het gemiddeld personeel in voltijdse equivalenten van hetzelfde boekjaar: wat een voltijdse medewerker de werkgever kost, sociale bijdragen inbegrepen. Geen brutoloon en geen nettoloon.
  • De sector is de NACE-afdeling van de hoofdactiviteit. Percentages worden vergeleken met werkgevers van minstens 5 VTE; de middelste helft loopt van het eerste tot het derde kwartiel.
  • Uitstroom is het aantal uitdiensttredingen in voltijdse equivalenten tegenover het gemiddelde personeel. Studenten, flexi-jobs en seizoenswerk tellen mee en kunnen het percentage hoog maken.