ObjetL'objet décrit les activités que la société peut exercer selon ses statuts.
« 1) Onderneming in onroerende goederen, welke onder meer omvat: de verwerving, de verveemding, het beheer, de borgstelling, de uitbaring, de… »
12 activités
1) Onderneming in onroerende goederen, welke onder meer omvat: de verwerving, de verveemding, het beheer, de borgstelling, de uitbaring, de valorisatie, de verkaveling, de ordening, de huur en de verhuur, het doen bouwen en verbouwen, de procuratie en het makelen in onroerende goederen, evenales alle welkdanige onroerende verhandelingen in de meest brede zin, met inbegrip van de onroerende leasing.
2) Onderneming voor het beheer van eigen beleggingen en vermogens.
3) De participatie, onder welke vorm het ook zij, in de oprichting, ontwikkeling, omvorming en controle van alle ondernemingen, Belgische of buitenlandse, commerciële, financiële, industriële of andere; de verwerving voor eigen rekening van eender welke titels of rechten door middel van participatie, inbreng, onderschrijving, koop op vaste levering of aankoopoptie, verhandeling, of op iedere andere wijze.
4) Het verlenen aan de ondernemingen waarin zij deelneemt en aan derden, al dan niet bezoldigd, van alle bijstand, hetzij technisch, industrieel, commercieel of administratief, hetzij financieel, met inbegrip van de borgstelling, avalgeving, of inpandgeving van onroerende goederen.
5) De verwerving en de uitbating van brevetten en concessies.
6) Tussenpersoon in de handel, als makelaar in goederen, als zelfstandige handelsvertegenwoordiger en als commissionair.
7) De uitbating van een boekhoudbureau en een bureau voor nijverheidsstudies.
8) De agentuur bij het afsluiten van verzekeringen, hypotheken, financieringen en projectontwikkeling.
9) De verhuring van installaties, uitrusting en materieel.
10) De groot- en kleinhandel, de in- en uitvoerhandel en de commissiehandel van: a) schoonheidsproducten, toiletartikelen en parfumerie-artikelen; b) schoeisel; c) huishoud- en tafellinnen; d) mercerie-artikelen; e) heren- en dameshoeden; f) uitzet voor heren en jongens en voor dames en meisjes; g) kinderkleding; h) dames- en herenconfectie; i) kinderconfectie; j) sportartikelen; k) alle verse, gedroogde en diepgevroren voeding, alsook alle conserven.
11) De uitbating van restaurants, drankgelegenheden, verbruiks- en ijssalons.
12) Traiteursbedrijf met aanhuisbestelling van maaltijden en bereide schotels.